en-Scheidingsangst en Eenkennigheid

Scheidingsangst en eenkennigheid bij baby's: hoe ga je ermee om?
Wat fijn dat je weer meeleest!
Met mijn blogs wil ik ouders ondersteunen bij het ouderschap en de opvoeding. Ouderschap is prachtig – en ja, soms ook behoorlijk uitdagend. Maar die uitdagingen horen erbij. Zie ze niet als problemen, maar als een natuurlijk onderdeel van het ouderschap.
In deze blog ga ik in op twee veelvoorkomende fases in de ontwikkeling van jonge kinderen: scheidingsangst en eenkennigheid.
Scheidingsangst: een normale fase
Scheidingsangst – ook wel verlatingsangst genoemd – ontstaat meestal vanaf een maand of zes, en kan aanhouden tot het derde levensjaar. Je baby kan dan angstig of verdrietig worden zodra jij even weggaat, bijvoorbeeld om naar een andere kamer te lopen of als je hem naar bed brengt.
's Nachts kan je baby ook huilend wakker worden, omdat hij denkt dat je er niet meer bent. Dit hoort allemaal bij de normale emotionele ontwikkeling en is een teken dat je baby zich aan jou hecht. Het is dus een goed teken, hoe lastig het soms ook voelt.
Wat kun je doen bij scheidingsangst?
Oefen met korte afwezigheid: Speel kiekeboe of verstop je gezicht achter een boek. Laat je daarna weer zien en zeg: "Daar is mama weer!" Zo leert je baby dat je steeds terugkomt.
Vertel wat je gaat doen: Moet je even naar het toilet? Vertel het. Je baby hoort je stem en voelt zich daardoor gerustgesteld.
Laat iets achter met jouw geur: Een gedragen shirt of een knuffeltje dat naar jou ruikt kan je baby helpen zich veilig te voelen.
Gebruik een vast bedritueel: Herhaling en voorspelbaarheid geven je baby rust. Zie ook mijn blog/podcast over slaaproutines.
Uit eigen ervaring weet ik hoe lastig deze fase kan zijn – niet alleen voor jezelf, maar ook voor opa's en oma's. Mijn ouders snapten het eerst niet toen hun kleinkind ineens begon te huilen als zij weggingen. Wat ze ook probeerden, hij bleef verdrietig. Het hoort erbij, maar het is niet altijd makkelijk.
Sommige ouders kiezen ervoor om stiekem weg te gaan om het huilen te vermijden, bijvoorbeeld bij het naar bed brengen of het brengen naar de opvang. Toch raad ik dit af. Je baby voelt zich dan in de steek gelaten, wat het gevoel van onveiligheid juist vergroot. Uiteindelijk kan dit leiden tot méér hechtingsproblemen en verlatingsangst.
Als de embed niet laadt, open de video dan direct op YouTube:
Open op YouTubeEenkennigheid ontstaat meestal tussen de 9 en 12 maanden. Je baby hecht zich dan sterk aan één of twee vertrouwde personen – meestal papa en mama – en is terughoudend of angstig bij vreemden.
Dit kan lastig zijn in sociale situaties of bij het brengen naar het kinderdagverblijf. Maar het is een gezonde stap in de ontwikkeling van je baby: het betekent dat hij verschil leert maken tussen vertrouwde en onbekende mensen, en dat is essentieel voor hechting.
Hoe kun je je baby hierin begeleiden?Leg uit wat er gebeurt: Als je baby huilt bij vreemden, leg rustig uit dat hij in een eenkennige fase zit. Dit maakt het voor anderen ook beter te begrijpen. Forceer geen contact: Geef je baby de ruimte om zelf toenadering te zoeken. Dwingen werkt averechts. Neem rustig afscheid. Ook als je kind huilt bij het afscheid, neem bewust de tijd. Vertel wat je gaat doen en dat je altijd terugkomt. Een vertrouwd gezicht op de opvang kan helpen om je baby op te vangen. Laat emoties toe: je baby mag verdrietig zijn – dat is oké. Het erkennen van gevoelens helpt hem om zich veilig te blijven voelen.
Ik herinner me nog goed hoe lastig ik het vond om mijn kinderen achter te laten bij de opvang. Vooral bij mijn tweede zoon, die erg eenkennig was, viel het me zwaar. Toch nam ik bewust afscheid, legde uit waar ik heen ging en zwaaide voor het raam, ook al deed het pijn. Het hielp ons beiden om te leren omgaan met die momenten van loslaten.
Hechting ontstaat grotendeels vanzelf door liefdevolle aanwezigheid en aandacht. Toch worstelen ouders soms met vragen, vooral als hun baby vaak boos is, niet wil knuffelen of juist veel huilt.
Mijn tweede zoon leek in karakter erg op mij. We botsten regelmatig, en hij wilde alles zelf doen. Troost accepteren wilde hij niet altijd. Dat maakte mij soms onzeker. Was de hechting wel goed?
In mijn werk als begeleider zie ik dit bij veel ouders terug. Ze willen het goed doen, maar twijfelen:
"Moet ik ingrijpen als mijn baby boos is, of juist ruimte geven?"
Mijn advies: verplaats je in je baby. Stel je voor wat jij zou willen als jij nog niet kon praten, maar je wél iets duidelijk wilde maken. Meestal wijst dat je de juiste richting
Tot slot
Zorg goed voor jezelf, wees jezelf, en geef zo ook het beste aan je kind. Misschien tot de volgende keer!